Wat is de WBGT-index?

Wat is de WBGT-index?

Grasveld met huizen, waarbij een zwarte bolsensor hangt in een paal om de WGBT te meten.

De WBGT-index is de internationale standaard om hittestress te beoordelen. Sinds 2026 is deze standaard ook zichtbaar voor een breed Nederlands publiek, via de nieuwe schaal hittekracht. Het KNMI baseert deze schaal direct op de WBGT (KNMI, 2026). Voor gemeenten is dat relevant. De klassieke thermometer vertelt maar een deel van het verhaal. Of hitte echt belastend is, hangt namelijk niet alleen af van de luchttemperatuur, maar ook van luchtvochtigheid, zonnestraling en wind. Juist die combinatie bepaalt hoe zwaar de warmte weegt voor inwoners. Wie hittestress serieus wil aanpakken, heeft een graadmeter nodig die deze factoren samenbrengt. Dat is precies wat de WBGT-index doet.

Wat de WBGT-index precies meet

WBGT staat voor Wet Bulb Globe Temperature. De naam verwijst naar de twee metingen die het zwaarst meewegen: een natte bol die het verkoelende effect van verdamping vangt en een zwarte bol die stralingswarmte van de zon meet. Het Amerikaanse leger ontwikkelde de graadmeter in de jaren vijftig om hittebelasting bij trainingen te beoordelen. Inmiddels wordt de index wereldwijd gebruikt in arbeidsveiligheid, defensie en sport. De methode is vastgelegd in de internationale norm ISO 7243:2017 (ISO, 2017).

De WBGT-index combineert drie afzonderlijke temperaturen tot één waarde. Bij metingen in de volle zon geldt de formule: WBGT = 0,7 × natteboltemperatuur + 0,2 × zwarteboltemperatuur + 0,1 × luchttemperatuur (KNMI, 2026). De verdeling verklaart veel over de werking van de index. De natteboltemperatuur weegt het zwaarst, met 70 procent, omdat die laat zien hoe goed zweet kan verdampen. Verdamping is de belangrijkste manier waarop het lichaam warmte kwijtraakt, dus bij hoge luchtvochtigheid loopt de belasting snel op. De zwarteboltemperatuur telt voor 20 procent mee en vangt de stralingswarmte van de zon en van opgewarmde oppervlakken. De gewone luchttemperatuur, gemeten in de schaduw, weegt slechts voor 10 procent mee (Weer.nl, 2026).

Belangrijk om te weten: een WBGT-waarde lees je niet als een gewone temperatuur. Bij 30 graden luchttemperatuur op een droge dag kan de WBGT rond 23 of 24 graden liggen (Radar, 2026). Dat verschil maakt de maat wetenschappelijk sterk, maar voor de leek lastig te interpreteren. Om die reden heeft het KNMI de WBGT vertaald naar hittekracht, een schaal van 0 tot 10 die aansluit bij bekende begrippen als windkracht en zonkracht (KNMI, 2026).

Waarom de gewone temperatuur tekortschiet

Voor gemeenten is de kernvraag praktisch: waar wordt het echt te heet en wie loopt er risico? De luchttemperatuur alleen geeft daar geen betrouwbaar antwoord op. Een versteend plein in de volle zon en een groene straat op loopafstand kunnen dezelfde luchttemperatuur hebben, terwijl de hittebelasting sterk verschilt. Dat komt door het stedelijk hitte-eilandeffect. Volgens Atlas Leefomgeving blijft het temperatuurverschil tussen stad en buitengebied in de zomer gemiddeld onder de 3 graden. Op sommige zomerse dagen loopt dit op tot 7 of 8 graden (Atlas Leefomgeving).

De WBGT-index maakt die verschillen zichtbaar, omdat schaduw, wind en vochtigheid worden meegewogen. Analyses van het KNMI tonen aan dat dit geen theoretisch onderscheid is. Uit gegevens voor De Bilt over de periode 1991–2025 blijkt dat temperatuur- en hittekrachtextremen elkaar maar voor ongeveer 70 procent overlappen. Ruimtelijk gezien vallen plekken met een hoge hittekracht dus niet altijd samen met de locaties waar de hoogste temperatuur wordt gemeten (KNMI, 2026). Wie beleid baseert op de thermometer alleen mist een deel van de risicomomenten en risicoplekken.

Daar komt bij dat de belasting verschilt per doelgroep. Voor ouderen gelden andere grenswaarden dan voor sporters of mensen die buiten werken (TNO, 2024). In de arbeidscontext koppelt ISO 7243 grenswaarden aan de fysieke werkbelasting. Bij lichte arbeid liggen die rond een WBGT van 30 graden, waarna rustpauzes nodig zijn om oververhitting te voorkomen (Arbo-richtlijn, 2026). Een enkel gemiddeld cijfer voor een hele gemeente doet daarom weinig recht aan de werkelijkheid op straat.

Datagedreven in hittestressmonitoring

Meet, analyseer en verminder hitte-impact in jouw gemeente.

Klimaatverandering maakt hete zomers langer en intenser, en het risico op hittestress groeit met het jaar. Hoe zorgt jouw gemeente ervoor dat de stad weerbaar wordt tegen deze extreme omstandigheden? Download de brochure hieronder.

De rol van meten en data

Het KNMI berekent de WBGT nu specifiek voor Nederland en stelt deze data openbaar via het KNMI Dataplatform. Die landelijke data zijn een sterk vertrekpunt voor het volgen van trends en het inschatten van de zwaarte van een hitteperiode.

Voor besluitvorming op wijk- of straatniveau is aanvullend inzicht nodig. De landelijke berekening geeft een regionaal beeld, maar beantwoordt niet de vraag hoe warm het aanvoelt op een specifiek schoolplein, in een winkelstraat of op een druk kruispunt. Door de hittekracht lokaal te meten, ontstaat een beeld dat direct bruikbaar is in beheer en beleid. Je ziet niet alleen dat het ergens heet is, maar ook waar, wanneer en hoelang de belasting oploopt. Daarnaast zie je wanneer de warmte langer blijft hangen in de avond en nacht.

Die meetgegevens maken datagedreven werken mogelijk. Met een lokaal meetnet kun je hittehotspots onderbouwen, maatregelen prioriteren en het effect ervan aantonen. Dat begint bij een nulmeting vóór een ingreep, gevolgd door metingen tijdens hitteperiodes en een vergelijking achteraf. Zo wordt klimaatadaptatie een kwestie van feiten in plaats van aannames en kun je richting bestuur en inwoners laten zien wat een investering oplevert.

Toepassing in de praktijk

Neem een gemeente die twijfelt over de herinrichting van een centraal plein. Bewoners klagen over de hitte, maar de discussie blijft steken op gevoel. Door op het plein en in een nabijgelegen groene straat de WBGT te monitoren, worden de verschillen concreet. De metingen laten bijvoorbeeld zien dat de hittebelasting op het versteende plein op warme middagen fors hoger ligt dan die in de groene straat verderop, terwijl de luchttemperatuur nauwelijks verschilt.

Op basis daarvan kun je gericht kiezen: schaduw van bomen langs looproutes, minder verharding of ander materiaalgebruik. Omdat er continu wordt gemeten, volg je na de ingreep of de hittebelasting daadwerkelijk daalt. Zo koppel je een maatregel aan een aantoonbaar resultaat en bouw je draagvlak op voor vervolgstappen elders in de gemeente. Dezelfde aanpak is bruikbaar rond scholen, zorglocaties en verblijfsplekken waar kwetsbare groepen extra risico lopen.

Vooruitblik

Nederland krijgt door klimaatverandering vaker te maken met extreme hitte. Volgens het KNMI worden de zomers in alle klimaatscenario’s warmer en neemt de kans op droge, hete zomers toe (KNMI, 2023). De introductie van hittekracht in 2026 laat zien dat de WBGT-index ook in Nederland steeds meer de standaard wordt om hittestress te duiden, van landelijke waarschuwingen tot lokaal beleid. Voor gemeenten ligt de winst in het combineren van beide niveaus: de landelijke WBGT-data als basis en lokale metingen als verdieping. Wie nu investeert in inzicht op straatniveau, staat straks sterker bij het maken van keuzes die er op hete dagen echt toe doen.

Veelgestelde vragen over de WBGT-index

De WBGT-index is een internationale graadmeter voor hittestress die luchttemperatuur, luchtvochtigheid, zonnestraling en wind combineert tot één waarde, uitgedrukt in graden Celsius.

Hittekracht is de vertaling van de WBGT naar een schaal van 0 tot 10, ontwikkeld door het KNMI. De onderliggende meetwaarde is dezelfde, maar de schaal maakt de informatie toegankelijker, vergelijkbaar met windkracht en zonkracht.

Bij droog weer kan verdamping van zweet het lichaam goed koelen, waardoor de fysiologische belasting lager uitvalt dan de thermometer suggereert. Een WBGT-waarde mag daarom nooit als gewone temperatuur of klassieke gevoelstemperatuur worden gelezen.

Ja. Naast de landelijke berekening van het KNMI kun je lokaal meten om verschillen tussen pleinen, straten en wijken zichtbaar te maken. Daarmee onderbouw je hotspots en toon je het effect van maatregelen aan.

Bronnen

1) KNMI (2026). Hittekracht en Van Wet Bulb Globe Temperature (WBGT) naar hittekracht. Kennis- en datacentrum, knmi.nl.
2) KMNI (2023). KMNI’23-klimaatscenario’s voor Nederland. Kmni.nl
3) KNMI (2026). Hittewaarschuwingen: doorontwikkeling Nationaal Hitteplan RIVM en verdere integratie met waarschuwingssystematiek KNMI (analyse De Bilt 1991–2025).
4) International Organization for Standardization (2017). ISO 7243:2017 — Ergonomics of the thermal environment: Assessment of heat stress using the WBGT index.
5) TNO (2024). Hittekracht en hittefit: zo kan Nederland de toenemende hitte aan.
6) Atlas Leefomgeving. Stedelijk hitte-eilandeffect.
7)
Weer.nl (2026). KNMI introduceert hittekracht: een analyse van wat deze schaal zegt.
8)
Radar / AVROTROS (2026). KNMI introduceert hittekracht: wat is het verschil met de gevoelstemperatuur?
9)
Arbo Rendement (2026). Hittestress in werksituaties beoordelen.

Deel dit artikel

Aanbevolen artikelen voor jou

Grondwaterstanden bepalen meer dan je op straat kunt zien. Ze beïnvloeden de stabiliteit van funderingen, de conditie van bomen, de kans op natte kruipruimtes...

Het meten van de fijnstofconcentraties op verschillende locaties wordt voor gemeenten steeds belangrijker. Niet omdat de landelijke luchtkwaliteit dramatisch verslechtert, maar omdat de normen...

Hittestress in de stad is voor steeds meer gemeenten een terugkerend thema. Tijdens warme periodes lopen temperaturen in grote delen van stedelijk gebied hoger...