Hittestress in de stad is voor steeds meer gemeenten een terugkerend thema. Tijdens warme periodes lopen temperaturen in grote delen van stedelijk gebied hoger op dan daarbuiten. De warmte blijft langer hangen en dit heeft directe gevolgen voor inwoners. Volgens het KNMI kan het temperatuurverschil tussen de binnenstad en het omliggende gebied ’s nachts oplopen tot meer dan 5 graden Celsius.1 Dat heeft directe gevolgen voor gezondheid, leefbaarheid en de manier waarop de openbare ruimte wordt gebruikt. Voor beleidsmakers, beheerders en uitvoerders is de vraag niet meer óf hittestress aandacht verdient. De vraag is hoe je het lokaal in beeld brengt en gerichte keuzes kunt onderbouwen.
Wat is hittestress in de stad?
Hittestress ontstaat wanneer warmte zich op een plek ophoopt en het lichaam, of de leefomgeving, moeite heeft om af te koelen. In stedelijk gebied speelt daarbij het stedelijk hitte-eilandeffect een grote rol. De sterkte van dit effect hangt vooral af van bebouwing, verharding en groen. Denk aan veel asfalt op pleinen en straten, donkere gevels en daken die zonlicht absorberen. Of straten met veel airco’s die warmte naar buiten blazen. Daarnaast speelt de manier waarop straten en gebouwen warmte vasthouden en uitstralen een grote rol.4
Belangrijk daarbij: hittestress in de stad gaat niet alleen over de luchttemperatuur. De gevoelstemperatuur geeft aan hoe warmte door mensen wordt ervaren. Dit hangt af van zonnestraling, luchtvochtigheid, wind en de uitstraling van warme oppervlakken. Een stenen plein in de volle zon kan daardoor 10 tot 15 graden warmer aanvoelen dan een groene straat enkele honderden meters verderop. Voor het beoordelen van hittestress wordt daarom in Nederland gewerkt met de Physiological Equivalent Temperature (PET), waarin deze factoren samen worden meegenomen.10
Waarom hittestress in de stad toeneemt
De aanleiding om hittestress aan te pakken wordt elk jaar concreter. Uit de KNMI’23-klimaatscenario’s blijkt dat zowel de gemiddelde temperatuur als het aantal hitte-extremen verder toeneemt en dat dit effect vooral in versteende gebieden voelbaar is.4 Tegelijk neemt de bebouwingsdichtheid in veel steden toe en groeit het aandeel verharding. Daardoor blijft warmte langer hangen, vooral ’s nachts, en krijgt de stad minder kans om af te koelen.
Het RIVM stelt dat jaarlijks gemiddeld 250 mensen extra overlijden als gevolg van opgelopen temperaturen. Tijdens de hittegolf van juli 2019 stierven in één week ongeveer 400 mensen meer dan normaal.5 De meest kwetsbare groep zijn 75-plussers, omdat hun lichaam minder controle heeft over de eigen temperatuur en de dorstprikkel afneemt.6 Ook jonge kinderen, mensen met chronische aandoeningen en mensen die buiten werken lopen een verhoogd risico.
Waar gemeenten in de praktijk tegenaan lopen
In de praktijk hebben gemeenten vaak wel een algemeen beeld van waar het warm wordt, maar ontbreekt het aan onderbouwing op straatniveau. Landelijke hittekaarten, zoals de gestandaardiseerde stresstest hitte op basis van PET, geven een waardevol overzicht.8 Maar zo’n kaart is een modelmatige inschatting voor een gemiddelde hete zomerdag. Voor de keuze of een specifiek plein heringericht moet worden, of een schaduwroute prioriteit krijgt, is dat vaak te globaal.
Daar komt bij dat hittestress lokaal sterk verschilt. Onderzoek van het KNMI en Wageningen University & Research toont aan dat zelfs binnen een stedelijk centrum verschillen van enkele graden voorkomen, maar ook dat juist groen en bomen het verschil maken.10 Zonder lokale data ontbreekt de onderbouwing om te kiezen welke maatregel het meeste oplevert. Datzelfde geldt voor de uitleg aan bestuur en inwoners over de gemaakte keuzes. Tegelijkertijd staat de capaciteit binnen veel gemeenten onder druk. Pilots zonder duidelijke evaluatie kosten geld zonder dat ze tot beter beleid leiden.
De rol van data en meten
Lokaal meten helpt om hittestress in de stad concreet te maken. Op vaste meetpunten, zoals pleinen, schoolomgevingen, drukke woonstraten of zorglocaties, worden temperatuur, luchtvochtigheid, zonnestraling en wind gemeten. Met deze gegevens kan de gevoelstemperatuur worden afgeleid en wordt zichtbaar hoe lang de warmte blijft hangen, ook in de avond en nacht. Dat is relevant, omdat juist de nachttemperatuur in stedelijk gebied hoog blijft door het hitte-eilandeffect (KNMI, Klimaatverandering).
Door continu te meten ontstaat een vergelijkingsbasis tussen locaties en door de tijd heen. Voor gemeenten betekent dit dat hittehotspots niet langer op gevoel of alleen op modelkaarten worden vastgesteld, maar onderbouwd met meetdata. Effecten van maatregelen, zoals het planten van bomen, het aanleggen van schaduwdoeken of het vergroenen van een plein, kunnen via een nulmeting en een nameting zichtbaar worden gemaakt. Het beheer kan slimmer worden gepland, bijvoorbeeld door extra watergift of tijdelijke schaduw op piekdagen.
Daarmee verschuift de vraag van “is dit een warme plek?” naar “hoeveel warmer is het hier daadwerkelijk, op welke momenten en wat doet onze ingreep eraan?”. Dat maakt het mogelijk om budgetten gerichter in te zetten en verantwoording af te leggen aan bestuur en bewoners.
Datagedreven in hittestressmonitoring
Meet, analyseer en verminder hitte-impact in jouw gemeente.
Klimaatverandering maakt hete zomers langer en intenser, en het risico op hittestress groeit met het jaar. Hoe zorgt jouw gemeente ervoor dat de stad weerbaar wordt tegen deze extreme omstandigheden? Download de brochure hieronder.
Vooruitkijken
Hittestress in de stad verdwijnt niet vanzelf. De combinatie van klimaatverandering, verdere verstedelijking en vergrijzing maakt dat het aantal mensen dat kwetsbaar is voor hitte de komende jaren toeneemt.7 Tegelijk komt er meer instrumentarium beschikbaar om hitte beter in kaart te brengen, zoals de index hittekracht die door KNMI, TNO, RIVM en de VU wordt ontwikkeld en vanaf zomer 2026 via de KNMI-app beschikbaar moet komen.2
Voor gemeenten betekent dit dat investeren in lokaal inzicht zich op meerdere manieren terugbetaalt: in betere besluitvorming, in gerichtere maatregelen en in transparantere communicatie richting bewoners. Wie hittestress meetbaar maakt, kan ook aantoonbaar werken aan een leefomgeving die ook in warmere zomers prettig en veilig blijft.
Veelgestelde vragen over hittestress in de stad
Wat is het stedelijk hitte-eilandeffect precies?
Het stedelijk hitte-eilandeffect is het verschil in temperatuur tussen een stedelijk gebied en het omliggende landelijk gebied. Volgens het KNMI is dit verschil ’s nachts het grootst en kan het oplopen tot meer dan 5 graden Celsius.1
Waarom is gevoelstemperatuur belangrijker dan luchttemperatuur?
Voor hittestress telt vooral hoe warm het aanvoelt. De gevoelstemperatuur (PET) houdt rekening met zonnestraling, luchtvochtigheid, wind en uitstraling van oppervlakken. Daardoor sluit het beter aan bij hoe warmte door mensen wordt ervaren dan bij luchttemperatuur alleen. 8
Welke groepen zijn het meest kwetsbaar voor hittestress?
De grootste kwetsbare groep zijn mensen ouder dan 75 jaar, omdat hun lichaam minder goed in staat is om af te koelen en zij minder snel dorst hebben. Daarnaast lopen jonge kinderen, mensen met chronische aandoeningen en mensen die buiten werken extra risico.6
Wat is een effectieve maatregel tegen hittestress in de stad?
Schaduw door bomen is in veel gevallen de meest effectieve maatregel, omdat directe zonnestraling sterk bijdraagt aan hittestress. Daarnaast helpt het om verharding waar mogelijk te vervangen door groen, bijvoorbeeld bij herinrichtingen of in versteende wijken. Ook waterelementen zoals wadi’s, fonteinen of waterpleinen kunnen lokaal voor verkoeling zorgen. Tot slot helpt de keuze voor materialen die minder warmte vasthouden. Welke mix het beste werkt, verschilt per locatie en is goed te onderbouwen met lokale metingen.
Wanneer is lokaal meten zinvol naast landelijke hittekaarten?
Landelijke kaarten geven een goed overzicht op stads- of wijkniveau, maar zijn modelmatig en gemiddeld. Lokaal meten is zinvol als er een concrete vraag ligt. Denk aan een schoolomgeving waar ouders vragen of het schoolplein op warme dagen veilig is voor buitenspelen. Of aan een buurt waarvandaan klachten binnenkomen over benauwde nachten en slecht slapen. Ook bij herinrichting helpt meten om vooraf vast te leggen hoe warm het op piekdagen wordt, zodat na uitvoering het effect van de ingrepen aantoonbaar is. De combinatie van landelijke kaarten en lokale metingen geeft het meest complete beeld.
Bronnen
1) https://www.knmi.nl/producten-en-diensten/klimaatverandering
2) https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/waarschuwingen/hitte
3) https://www.knmi.nl/producten-en-diensten/gezondheid
4) https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/hitte/oorzaken/
5) https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/hitte/gevolgen/gezondheid/
6) https://www.rivm.nl/hitte/kwetsbare-groepen
7) https://www.rivm.nl/hitte/nationaal-hitteplan
8) https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/hittekaart-gevoelstemperatuur
9) https://www.klimaateffectatlas.nl/
10) https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/